Steengoed

Vanaf de late middeleeuwen ontwikkelde zich in het Rijnland een van de belangrijkste keramiektradities van Europa. In gespecialiseerde pottenbakkerscentra werd steengoed op hoge temperatuur gebakken, waardoor een hard, vrijwel niet-poreus materiaal ontstond. Ieder productiecentrum ontwikkelde daarbij zijn eigen vormen, kleuren en decoraties.

De grote productiecentra van het Rijnlandse steengoed

🟑 Siegburg van vroeg steengoed tot renaissance (ca. 1350–1550)

🟑Het hoogtepunt van het Siegburgse steengoed (ca. 1550-1600)
Het eerste grote centrum van het volgroeide steengoed. Siegburg werd beroemd om zijn dunwandige, wit tot crèmekleurige kannen, bekers en drinkschalen van uitzonderlijk hoge kwaliteit.

🟑 Raeren (ca. 1500–1650)
Raeren ontwikkelde een robuustere stijl met rijk uitgewerkte reliëfdecoraties. Het centrum werd vooral bekend om zijn fraai versierde kannen en vervaardigde daarnaast ook baardmankruiken.

🟑 Frechen (ca. 1500–1700)
Frechen groeide uit tot het belangrijkste productiecentrum van de beroemde baardmankruiken. De kruiken werden in grote aantallen vervaardigd en over heel Europa geëxporteerd.

🟑 Westerwald (vanaf ca. 1600)
Het Westerwald staat bekend om zijn grijze steengoed met karakteristieke decoraties in kobaltblauw en later ook mangaanpaars. Dit type steengoed werd eeuwenlang geproduceerd en is tegenwoordig voor veel mensen hét beeld van Rijnlands steengoed.