Portugese faience (ca. 1600–1680)


Dankzij de Portugese wereldhandel werd Lissabon in de zestiende en zeventiende eeuw één van de eerste Europese centra waar grote hoeveelheden Chinees porselein arriveerden. Vooral het blauw-witte Wanli- en kraakporselein uit China maakte diepe indruk in Europa.

Het echte porselein was echter kostbaar en schaars. Portugese pottenbakkers begonnen daarom een goedkoper alternatief te vervaardigen in tinglazuur: Portugese faience. Tijdgenoten noemden het soms zelfs ‘vals porselein uit Indië’, omdat de vroege imitaties van Chinees porselein zo overtuigend konden zijn. Het aardewerk werd vooral geproduceerd in steden als Lissabon en Coimbra.


Aanvankelijk probeerden Portugese pottenbakkers Chinese voorbeelden nauwkeurig te kopiëren. Vooral de typische vakverdelingen van kraakporselein — met brede en smalle panelen gevuld met bloemen, dieren en symbolen — werden rechtstreeks overgenomen. In de loop van de zeventiende eeuw ontstond echter een steeds vrijere en meer Portugese interpretatie van deze motieven.

Hierdoor ontwikkelde Portugese faience een unieke stijl waarin Chinese, islamitische en Europese invloeden samensmolten. Kunsthistorici spreken daarom soms van een ‘heruitgevonden’ Chinese stijl. Veel symbolen verloren hun oorspronkelijke Chinese betekenis en veranderden in decoratieve patronen die door Portugese schilders creatief werden aangepast.


Vooral in de zogenoemde Pré-Arranhão- en Arranhão-stijlen ontstonden zeer karakteristieke decoraties. De snelle, krassende lijnen van de Arranhão-decoraties zijn waarschijnlijk voortgekomen uit een creatieve herinterpretatie van Chinese Artemisia-bladeren en samengebonden papierrollen uit het Wanli-porselein. Ook geometrische spiralen, zigzags en dichtgevulde ornamenten bleven populair onder invloed van oudere Spaans-Moorse en islamitische decoratietradities. Dit overvloedige vullen van het oppervlak wordt ook wel horror vacui genoemd: de neiging om vrijwel geen leeg vlak over te laten.


Meer lezen

De gebruikte witte tinglazuurtechniek vond haar oorsprong in de islamitische wereld en bereikte via Spanje en Italië in de zestiende eeuw uiteindelijk Portugal. Aanvankelijk werd het Portugese tinglazuur nauwelijks beschilderd, behalve soms met eenvoudige gebruiksaanduidingen, bijvoorbeeld voor ziekenhuizen of apotheken.


Net als ander tinglazuuraardewerk werd Portugese faience tijdens het bakken beschermd in aardewerken kokers (saggars) en met kleine driepuntige steunen van elkaar gescheiden. Op sommige Portugese objecten zijn deze proenafdrukken niet alleen zichtbaar aan de achterkant, maar ook aan de voorkant van het object. Bij Delftse borden werden de proenen meestal zo geplaatst dat de afdrukken op de achterzijde terechtkwamen.


Archeologisch valt op dat Portugese scherven vaak opmerkelijk goed bewaard zijn gebleven. Veel stukken hebben een compacte scherf en een sterk hechtende glazuurlaag. Mogelijk hangt dit samen met verschillen in kleisamenstelling, baktechnieken en mediterrane keramische tradities.


Tegen het einde van de zestiende eeuw bereikte Portugese faience de Republiek. Het aardewerk vormde een belangrijk Europees alternatief voor het schaarse en peperdure Chinese porselein. Italiaans tinglazuuraardewerk was kostbaar en bezat niet dezelfde uitgesproken Chinese decoraties, terwijl de Nederlandse majolica doorgaans dikker was uitgevoerd en haar motieven vooral ontleende aan de Italiaanse traditie.

De vroege Portugese objecten werden dan ook als pronkstukken gekoesterd. In welgestelde kringen was het gebruikelijk elkaar aardewerk te schenken en Portugese faience gold daarbij als een geliefd luxeobject.


Portugese faience is nooit massaal ingevoerd. Het vormt slechts een klein percentage van het totale zeventiende-eeuwse keramiek in de Republiek. Vermoedelijk werd een deel van dit aardewerk meegenomen door de zogenaamde zouthalers uit havensteden, voor eigen gebruik of voor kleinschalige handel. Het zout werd gehaald in het Portugese Setúbal en was van groot belang voor het conserveren van bederfelijke waar.

Mijn scherven komen uit de omgeving van De Rijp. Mogelijk zijn zij daar terechtgekomen via zeelieden uit havensteden als Hoorn, Medemblik of Enkhuizen.


Niet alleen in de kuststeden, maar ook in Amsterdam is relatief veel Portugese faience gevonden. Dat hangt deels samen met de scheepvaart, maar waarschijnlijk ook met de aanwezigheid van Portugese Joden die zich daar vanaf het einde van de zestiende eeuw vestigden. Sefardische kooplieden importeerden voor de eigen gemeenschap Portugese faience en lieten soms zelfs gepersonaliseerde objecten vervaardigen, bijvoorbeeld als huwelijksgeschenk.


Ook Middelburg onderhield intensieve handelscontacten met Portugal, onder meer voor de import van zout en wijn. Bovendien vestigde zich ook hier al vroeg een Portugees-Joodse gemeenschap met handels- en familiebanden met Lissabon. Er is Portugese faience gevonden in Middelburg én in Vlissingen. Mogelijk bereikte een deel van dit aardewerk de Republiek zelfs via de kaapvaart.


Inwoners van de Republiek wilden het liefst aardewerk dat zoveel mogelijk leek op Chinees porselein. Dunner en verfijnder tinglazuuraardewerk met Chinese motieven kreeg daarom steeds meer de voorkeur. Duitse en Hanze-markten waardeerden juist de vrijere en meer exotische mengvormen waarin Chinese, Europese en islamitische motieven samensmolten.


Documenten noemen onder meer handelaren als Isaac Alveres en Samuel Hill, die Portugese faience bestelden voor exportmarkten in Noord-Europa.


Na het midden van de zeventiende eeuw begon Delft de Portugese exportfaience steeds sterker te beconcurreren. Delftse werkplaatsen konden goedkoper produceren en beter inspelen op de smaak van de groeiende burgerij in Noord-Europa. Tegelijkertijd verschoof in Portugal de productie steeds meer naar eenvoudiger gebruiksaardewerk voor de binnenlandse markt, waardoor Portugal geleidelijk zijn dominante positie binnen het Europese tinglazuuraardewerk verloor.


Chronologie en stijlen

De genoemde dateringen zijn richtlijnen. In de praktijk overlapten stijlen elkaar vaak en bleven oudere decoraties soms nog jarenlang naast nieuwere motieven in gebruik. Daarom is het dateren van Portugese faience meestal gebaseerd op een combinatie van vorm, decoratie, techniek en archeologische context.

ca. 1600–1625 — Vroege Wanli-kopieën

In de eerste decennia van de zeventiende eeuw probeerden Portugese pottenbakkers Chinees Wanli-porselein zo nauwkeurig mogelijk na te bootsen. De decoraties volgen vaak rechtstreeks de voorbeelden uit het Chinese exportporselein: vakverdelingen met bloemen, vogels, dieren en landschappen. De schildering is meestal zorgvuldig uitgevoerd en laat nog relatief veel open witruimte zien.

Typische kenmerken

  • Strakke penseelvoering;
  • Duidelijke vakverdelingen naar Chinees voorbeeld;
  • Bloemen, vogels en dieren in Wanli-stijl;
  • Relatief veel open witruimte;
  • Sterke afhankelijkheid van Chinese voorbeelden.

Binnen mijn collectie behoren verschillende vroege bloem- en bladmotieven en enkele directe kraakimitaties waarschijnlijk tot deze eerste fase.

ca. 1600–1640 — Geometrische groep (Small Spirals)

Naast de directe imitaties van Chinees porselein bleef ook een oudere Iberische decoratietraditie voortleven. Geometrische patronen met spiralen, zigzags, schubmotieven en gevulde vakken verwijzen naar Spaans-Moorse en Mudéjar-invloeden die diep geworteld waren in de Portugese keramiek.

Kunsthistorici spreken hierbij vaak van horror vacui: de neiging om vrijwel elk vlak met ornamenten te vullen.

Typische kenmerken

  • Geometrische vakverdelingen;
  • Spiralen (small spirals);
  • Zigzags en schubmotieven;
  • Sterke Spaans-Moorse en islamitische invloeden;
  • Vrijwel volledig gevulde decoratievlakken.

Tot deze groep reken ik verschillende geometrische scherven met een small spirals-decor.

ca. 1625–1650 — Pré-Arranhão

In deze periode begonnen Portugese schilders zich steeds vrijer van hun Chinese voorbeelden te verwijderen. De decoraties blijven gebaseerd op kraakporselein, maar worden creatiever ingevuld. Chinese symbolen worden vereenvoudigd, gecombineerd of opnieuw geïnterpreteerd.

Deze fase vormt de overgang tussen de vroege Wanli-kopieën en de latere Arranhão-stijl.

Typische kenmerken

  • Lossere penseelvoering;
  • Combinatie van Chinese en Europese motieven;
  • Creatieve interpretatie van Chinese symbolen;
  • Meer dynamiek in de decoratie;
  • Nog herkenbare kraakindeling.

Waarschijnlijk behoren enkele plooischotels en scherven met kalebas-, bloem- en bladmotieven uit mijn collectie tot deze fase.

ca. 1650–1675 — Arranhão

De Arranhão-stijl vormt één van de bekendste en meest karakteristieke fases van de Portugese faience. Het Portugese woord arranhão betekent letterlijk ‘kras’ of ‘schram’.

Kunsthistorici vermoeden dat de kenmerkende motieven zijn ontstaan doordat Portugese schilders Chinese Artemisia-bladeren en samengebonden papierrollen uit het Wanli-porselein steeds vrijer gingen interpreteren. De oorspronkelijke symbolen veranderden uiteindelijk in snelle, krassende en sterk gestileerde penseellijnen.

Typische kenmerken

  • Zeer energieke penseelvoering;
  • Dichtgevulde en dynamische decoraties;
  • Hazen, vogels en bloemen komen vaak voor als centrale motieven;
  • Sterk gestileerde interpretaties van Chinese symbolen;
  • Krachtige blauw-witte contrasten.

Tot deze fase behoren in mijn collectie verschillende hazenborden, Arranhão-randen en specifieke plooischotels.

ca. 1650–1675 — Desenho Miúdo (‘Small Motifs’)

Naast de expressieve Arranhão-decoraties ontstond in dezelfde periode een verfijnde stijl die in Portugal bekendstaat als Desenho Miúdo (‘fijne tekening’ of ‘kleine motieven’).

Deze decoraties vertonen invloeden van het fijnere Chinese overgangsporselein (Transitional Porcelain) uit de late Ming- en vroege Qing-periode. De schildering is uiterst gedetailleerd en vaak uitgevoerd met wijnrode mangaanlijnen (vinoso) naast het traditionele kobaltblauw.

Deze groep lijkt vooral populair te zijn geweest op de Portugese binnenlandse markt en wordt buiten Portugal, en zeker in Nederlandse bodemvondsten, relatief zelden aangetroffen.

Typische kenmerken

  • Uiterst fijne en minutieuze penseelvoering;
  • Dichtgevulde, tapijtachtige decoraties;
  • Wijnrode mangaanlijnen (vinoso);
  • Verfijnde bloem- en bladmotieven;
  • Grote technische beheersing.

Scherven met een zeer fijne schildering en paarsbruine contourlijnen zouden mogelijk tot deze zeldzame categorie kunnen behoren.

na ca. 1670 — Barokke fase

Vanaf het laatste kwart van de zeventiende eeuw raakte de Portugese faience steeds verder verwijderd van de oorspronkelijke Wanli-voorbeelden. Onder invloed van de Europese barok verschenen nieuwe decoratieve motieven, waaronder kantwerkranden (dentelle), lambrequins, guirlandes en sierlijke krulornamenten.

Typische kenmerken

  • Dentelle- en lambrequinpatronen langs de randen;
  • Donkerdere contourlijnen;
  • Barokke krullen en guirlandes;
  • Minder nadruk op Chinese voorbeelden;
  • Vrijere en minder symmetrische composities.

Binnen mijn collectie behoren verschillende scherven met hartmotieven en dentelle-randen waarschijnlijk tot deze latere fase.

Opmerking

Hoewel deze stijlgroepen een bruikbaar houvast bieden, verliep de ontwikkeling van Portugese faience niet in strak afgebakende fases. Oudere en nieuwere decoraties kwamen vaak gelijktijdig voor en pottenbakkers grepen regelmatig terug op oudere motieven. De hier gebruikte indeling moet daarom vooral worden gezien als een hulpmiddel om de belangrijkste ontwikkelingen binnen de Portugese faience van de zeventiende eeuw te begrijpen.



 

Scherf van een Portugese faience schotel met gelobde rand (ca. 1625-1650). De vakverdeling en gestileerde oosterse motieven zijn rechtstreeks afgeleid van Chinees Wanli-porselein uit de late Ming-periode. De snelle, ‘krassende’ penseelvoering rond de bloemmotieven is kenmerkend voor de Portugese Arranhão-stijl.

Vergelijkbaar exemplaar: Victoria and Albert Museum, inv. nr. 334-1876 (foto van het complete bord linkt naar de museumwebsite).

Deze scherven (ca. 1600-1640) behoren tot een type Portugese faience met een geometrische vakverdeling en kleine spiraalornamenten (‘small spirals’). De decoratie vertoont duidelijke Spaans-Moorse invloeden die in de Portugese keramiektraditie nog lang zichtbaar bleven, zelfs na de introductie van het Chinese porselein.

In tegenstelling tot de latere Arranhão-stijl, waarin losse en snel gepenseelde bloem- en diermotieven domineren, is de decoratie op deze fragmenten strak, lineair en ritmisch opgebouwd. De brede kobaltblauwe banden en geometrische patronen sluiten nog nauw aan bij oudere Iberische en islamitische decoratietradities.

Vergelijkbaar exemplaar: middelste scherf : Rijksmuseum inv. nr. BK-1975-50 (de scherf linkt naar de museumwebsite).

Scherven van een Portugese faience schotel uit de latere Arranhão-stijl (ca. 1650–1675). De losse penseelvoering, blauwgrijze kleurvlakken en zwarte contourlijnen zijn kenmerkend voor Portugese faience uit het midden van de zeventiende eeuw. De randmotieven zijn afgeleid van Chinees kraakporselein. De haas in de bordspiegel verwijst waarschijnlijk naar vruchtbaarheid, snelheid en de natuur — motieven die zowel in Europese als in oosterse beeldtradities populair waren.

Links: vergelijkbare randdecoratie: Victoria and Albert Museum, inv. nr. C.60-1910 (foto van het bord linkt naar de museumwebsite). Rechts: reconstructietekening op basis van vergelijkbare Portugese faience borden uit de zeventiende eeuw. Een vergelijkbare bordspiegel met haas is gepubliceerd op de website van de Chipstone Foundation (klik op de reconstructietekening voor de link naar deze site).

Scherven met een bloem - en bladmotief, ca. 1620-1640. Vergelijkbaar: foto vaas: National Museum of Ireland. link naar artikel in Our Irish Heritage.

Deze scherf vertoont sterke overeenkomsten met een Portugese faience schotel (ca. 1625-1650) in de collectie van Keramiekmuseum Princessehof, inv. nr. NO 01906. De vakverdeling van de rand, de sierlijke krulmotieven en de blauw-witte beschildering zijn duidelijk geïnspireerd op Chinees kraakporselein uit de late Ming-periode.

Het complete bord wordt door het museum geplaatst binnen de zogeheten Pré-Arranhão-stijl: een vroege fase van Portugese faience waarin Chinese voorbeelden nog relatief nauwkeurig en zorgvuldig werden nagevolgd, vóór de lossere en snellere Arranhão-stijl ontstond.

(foto van het complete bord linkt via Collectie Nederland naar de museumwebsite.)



Deze scherf vertoont sterke overeenkomsten met de randdecoratie van een schotel van Portugese faience uit Lissabon (ca. 1660–1700). De halfronde, geometrische motieven doen denken aan kantwerk en komen veel voor op Portugese faience uit de tweede helft van de zeventiende eeuw.

Het vergelijkbare bord toont in de spiegel een doorboord hart, een motief dat vanaf circa 1640 populair werd. Het verwijst waarschijnlijk naar de liefde, maar mogelijk ook naar het Heilig Hart van Jezus en Maria. Terwijl deze faience in Portugal vaak diende als alledaags gebruiksaardewerk, kreeg het in Hollandse burgerhuizen de status van luxe pronkgoed. Het afgebeelde bord heeft daarom een doorboring in de standring, zodat het als decoratie aan de muur kon worden opgehangen.

De foto van het complete bord linkt naar de pagina van het Provinciaal Depot voor Archeologie Noord-Holland (vondstnr. 8727-04).