Portugese faience (ca. 1600–1680)


In de zestiende en zeventiende eeuw was Lissabon een van de belangrijkste Europese toegangspoorten voor Chinees porselein. Vooral het blauw-witte Wanli- en kraakporselein uit de late Ming-dynastie maakte diepe indruk op de Europese elite. Omdat dit porselein kostbaar en schaars was, zochten Portugese pottenbakkers naar een betaalbaar alternatief. Met behulp van een bestaande tinglazuurtechniek ontstond in productiecentra als Lissabon en Coimbra een blauw-wit aardewerk dat sterk was geïnspireerd op deze Chinese voorbeelden: de Portugese faience.


Een deel van deze faience vond zijn weg naar Noord-Europa, waarbij Hamburg uitgroeide tot een belangrijke afzetmarkt. De handel verliep onder meer via Portugese en Sefardisch-Joodse koopmansnetwerken die actief waren in Hamburg en Amsterdam. Daarnaast bereikte een deel van het aardewerk de Republiek via zeelieden die betrokken waren bij de zoutvaart op Portugal. Daardoor worden vooral in Nederlandse havensteden regelmatig Portugese faiencescherven teruggevonden.


Aanvankelijk probeerden Portugese pottenbakkers Chinese voorbeelden vrij nauwkeurig na te volgen. Vooral de kenmerkende vakverdelingen van het kraakporselein, met panelen gevuld met bloemen en symbolen, werden overgenomen. In de loop van de zeventiende eeuw ontstond een steeds vrijere interpretatie van deze motieven. Zo ontwikkelde de Portugese faience geleidelijk een eigen karakter, waarin Chinese, Iberisch-islamitische en Europese invloeden samensmolten. In Portugese literatuur wordt deze ontwikkeling soms omschreven als een ‘heruitgevonden Chinese stijl’.


Vooral in de zogenoemde Pré-Arranhão- en Arranhão-stijlen ontstonden zeer karakteristieke decoraties. De penseelvoering werd losser en sneller, waardoor het oppervlak gevuld raakte met krullen, ranken, bloemen en fantasierijke ornamenten. De kenmerkende Arranhão-motieven, die soms doen denken aan spinnen, krabbels of krullende varenbladeren, zijn mogelijk geïnspireerd op gestileerde Artemisia-bladeren en andere decoratieve elementen uit het Chinese porselein. In Portugal groeiden deze motieven uit tot een geheel eigen decoratieve stijl.


De meeste Portugese scherven die in Nederland worden gevonden dateren uit de periode 1625–1650. Juist in deze jaren ontwikkelde de Portugese faience zich van een imitatie van Chinees porselein tot een zelfstandige kunstvorm. Veel van de scherven op deze website behoren tot deze periode.


Meer lezen: over de oorsprong van de Portugese faience, de invloed van Italiaanse majolica en Antwerpse pottenbakkers, de handel met de Republiek, de rol van de zouthalers, de verschillende Portugese decoratiestijlen en de door mij geraadpleegde literatuur: klik op onderstaande schervenfoto:

 

Chronologie en stijlen

De genoemde dateringen zijn richtlijnen. In de praktijk overlapten stijlen elkaar vaak en bleven oudere decoraties soms nog jarenlang naast nieuwere motieven in gebruik. Daarom is het dateren van Portugese faience meestal gebaseerd op een combinatie van vorm, decoratie, techniek en archeologische context.


Ca. 1600–1625 Vroege Wanli-kopieën

In de eerste decennia van de zeventiende eeuw probeerden Portugese pottenbakkers Chinees Wanli-porselein zo nauwkeurig mogelijk na te bootsen. De decoraties volgen vaak rechtstreeks de voorbeelden uit het Chinese exportporselein: vakverdelingen met bloemen, strikken en symbolen, vogels, dieren en landschappen. De schildering is meestal zorgvuldig uitgevoerd en laat nog relatief veel open witruimte zien.

Typische kenmerken

  • Strakke penseelvoering;
  • Duidelijke vakverdelingen naar Chinees voorbeeld;
  • Bloemen, vogels en dieren in Wanli-stijl;
  • Relatief veel open witruimte;
  • Sterke afhankelijkheid van Chinese voorbeelden.

Dergelijke stukken behoorden tot het luxere segment van de Portugese keramiekproductie. Ze werden verhandeld door internationale kooplieden en kwamen terecht in welgestelde huishoudens in Portugal, Noord-Europa en de Duitse handelssteden.

Onderstaande scherf vertoont overeenkomsten met zowel de voor- als de achterkant van een schotel gedateerd 1610-1625. Deze schotel is te vinden in de uitgave: Lisboa na origem da chinoiserie (afbeelding 10). Dit PDF bestand is te downloaden via de website van São Roque (link onderaan deze webpagina)

Ca. 1600-1640 Geometrische groep (Small Spirals)

Ook geometrische spiralen, zigzags en dichtgevulde ornamenten bleven populair onder invloed van oudere Spaans-Moorse en islamitische decoratietradities. Dit overvloedige vullen van het oppervlak wordt ook wel 'horror vacui' genoemd: de neiging om vrijwel geen leeg vlak over te laten. Naast de directe imitaties van Chinees porselein bleef ook een oudere Iberische decoratietraditie voortleven. Geometrische patronen met spiralen, zigzags, schubmotieven en gevulde vakken verwijzen naar Spaans-Moorse en Mudéjar-invloeden die diep geworteld waren in de Portugese keramiek.

Typische kenmerken

  • Geometrische vakverdelingen;
  • Spiralen (small spirals);
  • Zigzags en schubmotieven;
  • Sterke Spaans-Moorse en islamitische invloeden;
  • Vrijwel volledig gevulde decoratievlakken.

Hieronder staan een aantal voorbeelden voorbeelden. De middelste scherf bovenaan komt uit het Rijksmuseum, nr. BK-1975-50.  Bekijk dit object op de museumsite.

Ca. 1625–1650 — Pré-Arranhão

In deze periode begonnen Portugese schilders zich steeds vrijer van hun Chinese voorbeelden te verwijderen. De decoraties blijven gebaseerd op kraakporselein, maar worden creatiever ingevuld. Chinese symbolen worden vereenvoudigd, gecombineerd of opnieuw geïnterpreteerd.

Deze fase vormt de overgang tussen de vroege Wanli-kopieën en de latere Arranhão-stijl.

Typische kenmerken

  • Lossere penseelvoering;
  • Combinatie van Chinese en Europese motieven;
  • Creatieve interpretatie van Chinese symbolen;
  • Meer dynamiek in de decoratie;
  • Nog herkenbare kraakindeling.

Waarschijnlijk behoren de onderstaande scherven uit mijn collectie tot deze fase.

Scherf van een schotel met gelobde rand. Deze scherf is zeer nauwkeurig beschilderd en valt daardoor wellicht nog onder de vroege Wanli-kopieën.

Vergelijkbaar gelobd exemplaar: Victoria and Albert Museum, 1600-1650, inv. nr. 334-1876.  Bekijk dit object op de website van het museum.

Deze scherven zijn allebei van de ziel, het midden, van een bord. Ze zijn dunner dan de andere Portugese scherven. De fijne beschildering vertoont gelijkenis met het rechterbord uit de collectie van Huis van Hilde, Noord-Holland, 1610-1635, inv. nr. 8871-01.  Bekijk dit object op de collectiesite.

Scherven met een bloem - en bladmotief, ca. 1620-1640. Vergelijkbaar: foto vaas: National Museum of Ireland. De foto linkt naar een artikel in Our Irish Heritage.

De scherven vertonen overeenkomsten met de rand van een Portugese faience schotel, ca. 1625-1650, uit de collectie van Keramiekmuseum Princessehof, inv. nr. NO 01906. Het complete bord wordt door het museum Princessehof geplaatst binnen de Pré-Arranhão-stijl. Bekijk dit object op de site van Collectie Nederland.


 ca. 1650–1675 Arranhão

De Arranhão-stijl vormt één van de bekendste en meest karakteristieke fases van de Portugese faience. Het Portugese woord arranhão betekent letterlijk ‘kras’ of ‘schram’.

Kunsthistorici vermoeden dat de kenmerkende motieven zijn ontstaan doordat Portugese schilders Chinese Artemisia-bladeren en samengebonden papierrollen uit het Wanli-porselein steeds vrijer gingen interpreteren. De oorspronkelijke symbolen veranderden uiteindelijk in snelle, krassende en sterk gestileerde penseellijnen.

Typische kenmerken

  • Zeer energieke penseelvoering;
  • Dichtgevulde en dynamische decoraties;
  • Hazen, vogels en bloemen komen vaak voor als centrale motieven;
  • Sterk gestileerde interpretaties van Chinese symbolen;
  • Krachtige blauw-witte contrasten.

Onderstaande scherf behoort waarschijnlijk tot deze periode.

Scherven van een Portugese faience schotel uit de latere Arranhão-stijl (ca. 1650–1675). De losse penseelvoering, blauwgrijze kleurvlakken en donkere contourlijnen zijn kenmerkend voor deze periode. De haas in de bordspiegel komt vaker voor op Portugese faience uit de zeventiende eeuw. Het dier wordt vaak in verband gebracht met vruchtbaarheid, snelheid en de natuur. Daarnaast wordt soms gesuggereerd dat de haas verwijst naar de jacht en daarmee indirect ook naar de minnejacht, waardoor dergelijke borden mogelijk als huwelijksgeschenk werden gegeven.

Links: Vergelijkbare randdecoratie op een Portugese faience schotel uit de collectie van het Victoria and Albert Museum, Londen (inv. nr. C.60-1910). Klik op de afbeelding om de museumwebsite te bezoeken.

Rechts: Reconstructietekening van een Portugese faience schotel, samengesteld op basis van eigen vondstmateriaal en vergelijkbare Portugese faienceobjecten uit museumcollecties.


Na ca. 1670 — ongeveer 1700 barokke fase ((Faiança barroca)

Vanaf het laatste kwart van de zeventiende eeuw raakte de Portugese faience steeds verder verwijderd van de oorspronkelijke Wanli-voorbeelden. Onder invloed van de Europese barok verschenen nieuwe decoratieve motieven, waaronder kantwerkranden (dentelle), guirlandes en sierlijke krulornamenten.

Typische kenmerken

  • Dentelle- en lambrequinpatronen langs de randen;
  • Donkerdere contourlijnen;
  • Barokke krullen en guirlandes;
  • Minder nadruk op Chinese voorbeelden;
  • Vrijere en minder symmetrische composities.


Deze scherven vertonen sterke overeenkomsten met de decoratie van een schotel van Portugese faience uit Lissabon (ca. 1660–1700). De halfronde, geometrische motieven doen denken aan kantwerk. Dit bord toont een doorboord hart, een motief dat vanaf circa 1640 populair werd. Het verwijst waarschijnlijk naar de liefde, maar mogelijk ook naar het Heilig Hart van Jezus en Maria. Terwijl deze laat zeventiende eeuwse faience in Portugal vaak diende als alledaags gebruiksaardewerk, hield het in de Republiek de status van pronkgoed. Het afgebeelde bord heeft zelfs een doorboring in de standring, zodat het aan de muur kon worden opgehangen. Het bord komt uit de collectie van Huis van Hilde, Noord-Holland, inv. nr. 8727-04 .  Bezoek de collectiesite.


Opmerking

Hoewel deze stijlgroepen een bruikbaar houvast bieden, verliep de ontwikkeling van Portugese faience niet in strak afgebakende fases. Oudere en nieuwere decoraties kwamen vaak gelijktijdig voor en pottenbakkers grepen regelmatig terug op oudere motieven. De hier gebruikte indeling moet daarom vooral worden gezien als een hulpmiddel om de belangrijkste ontwikkelingen binnen de Portugese faience van de zeventiende eeuw te begrijpen. Opvallend is dat de meeste scherven in mijn collectie dateren uit de Pré-Arranhão-periode (ca. 1625–1650). Mogelijk houdt dit verband met de vindplaats in de omgeving van De Rijp, maar ook met het feit dat juist uit deze periode de meeste Portugese exportfaience in Nederlandse bodemvondsten bekend is.

 


Lisbon at the Forefront of Chinoiserie – Portuguese Faience in the 17th Century (Mário Roque Collection)
Mário Roque pleit voor meer erkenning van Portugese faience als een zelfstandige Europese keramiektraditie en presenteert zijn collectie als bijdrage aan die herwaardering. Prachtige uitgave met veel afbeeldingen.


Klik om de website van São Roque te openen. Daar is de volledige publicatie als PDF te downloaden.