Meer lezen over Portugese faience:

De gebruikte witte tinglazuurtechniek ontwikkelde zich vanuit de islamitische wereld en bereikte via Spanje en Italië in de zestiende eeuw uiteindelijk Portugal. Aanvankelijk werd het Portugese tinglazuur niet beschilderd, behalve soms met eenvoudige gebruiksaanduidingen,, bijvoorbeeld voor ziekenhuizen of apotheken.

Net als ander tinglazuuraardewerk werd de Portugese faience tijdens het bakken beschermd in aardewerken kokers (saggars) en met kleine driepuntige steunen van elkaar gescheiden. Op sommige Portugese objecten zijn deze proenafdrukken niet alleen zichtbaar aan de achterkant, maar ook aan de voorkant van het object.

Archeologisch valt op dat Portugese scherven vaak opmerkelijk goed bewaard zijn gebleven. Veel stukken hebben een compacte scherf en een sterk hechtende glazuurlaag. Mogelijk hangt dit samen met verschillen in kleisamenstelling, baktechniek en mediterrane keramische tradities.


Eind zestiende eeuw bereikte Portugese faience de Republiek. Het aardewerk vormde een belangrijk Europees alternatief voor het schaarse en peperdure Chinese porselein. Italiaans tinglazuuraardewerk was kostbaar en bezat niet dezelfde uitgesproken Chinese decoraties, terwijl de Nederlandse majolica veel dikker was en zijn motieven vooral ontleende aan het Italiaanse tinglazuuraardewerk. 
De vroege Portugese objecten werden dan ook als pronkstukken gekoesterd. In welgestelde kringen was het gebruikelijk elkaar aardewerk te schenken en Portugese faience gold daarbij als een geliefd luxeobject.
 
Portugese faience is nooit massaal ingevoerd. Het vormt slechts een klein percentage van het totale zeventiend- eeuwse keramiek in de Republiek. Vermoedelijk werd een deel van dit aardewerk meegenomen door de zogenaamde ‘zouthalers’ uit havensteden, voor eigen gebruik of voor kleinschalige handel. Het zout werd gehaald in het Portugese Setúbal en was van groot belang voor het conserveren van bederfelijke waar.
 
Mijn scherven komen uit de omgeving van De Rijp. Mogelijk zijn ze daar terechtgekomen via zeelieden uit havensteden als Hoorn, Medenblik of Enkhuizen..

Niet alleen in de kuststeden, maar ook in Amsterdam is relatief veel Portugese faience gevonden. Dat hangt deels samen met de scheepvaart, maar waarschijnlijk ook met de aanwezigheid van Portugese Joden die zich daar vanaf het einde van de zestiende eeuw vestigden. Sefardische kooplieden importeerden voor de eigen gemeenschap Portugese faience en lieten soms zelfs gepersonaliseerde objecten vervaardigen, bijvoorbeeld als huwelijksgeschenk.

Ook Middelburg onderhield intensieve handelscontacten met Portugal, onder meer voor de import van zout en wijn. Bovendien vestigde zich ook hier al vroeg een Portugees-Joodse gemeenschap met handels- en familiebanden met Lissabon.

Er is Portugese faience gevonden in Middelburg én in Vlissingen. Mogelijk bereikte een deel van dit aardewerk de Republiek zelfs via de kaapvaart.
 
Inwoners van de Republiek wilden het liefst aardewerk dat zo dicht mogelijk bij Chinees porselein aansloot. Dunner en verfijnder tinglazuuraardewerk met Chinese motieven kreeg daarom steeds meer de voorkeur. Duitse en Hanze-markten waardeerden juist de vrijere en meer exotische mengvormen waarin Chinese, Europese en islamitische motieven samensmolten.

Documenten noemen onder meer handelaren als Isaac Alveres en Samuel Hill, die Portugese faience bestelden voor exportmarkten in Noord-Europa.


Na het midden van de zeventiende eeuw begon Delft de Portugese exportfaience steeds sterker te beconcurreren. Delftse werkplaatsen konden goedkoper produceren en beter inspelen op de smaak van de groeiende burgerij in Noord-Europa. 
Tegelijkertijd verschoof in Portugal de productie steeds meer naar eenvoudiger gebruiksaardewerk voor de binnenlandse markt, waardoor Portugal geleidelijk zijn dominante positie binnen het Europese tinglazuuraardewerk verloor.


bbb