Proto-Delft: experiment tussen majolica en faience


Toen in het begin van de zeventiende eeuw grote hoeveelheden Chinees porselein naar de Republiek kwamen, veranderde de smaak van het publiek snel. Het helderwitte, dunne en glanzende porselein oogde veel luxer dan de bestaande Nederlandse majolica. Pottenbakkers zochten daarom naar manieren om hun aardewerk net zo wit en verfijnd te maken.

Daarvoor moesten zij verschillende technische problemen oplossen. Majolica was meestal alleen aan de voorkant wit; de achterkant kreeg vaak een goedkoper, gelig loodglazuur. Om porselein beter te imiteren, werd het aardewerk nu rondom met wit tinglazuur bedekt. Omdat Nederlandse klei van nature geel, bruin of roodachtig was, gebruikten plateelbakkers bovendien dikkere lagen wit tinglazuur om de donkere scherf te maskeren.

Tegelijkertijd probeerden zij de voorwerpen dunner en eleganter te maken, naar Chinees voorbeeld.

Ook het bakproces veranderde ingrijpend. Bij de oude majolica-methode werden borden en schalen op elkaar gestapeld met kleine steuntjes, zogenaamde proenen, ertussen. Daardoor ontstonden drie duidelijke baksporen in het glazuur aan de zichtbare binnenzijde. Omdat Chinees porselein zulke sporen niet had, schakelden pottenbakkers over op beschermende bakkokers, zogenaamde saggars. Hierin rustten de borden los van elkaar op smalle pinnen, die slechts kleine baksporen aan de achterzijde achterlieten.


Deze bakkokers werkten als een soort beschermende ‘oventjes’ in de grote oven. Ze hielden rook en as tegen, zodat het aardewerk schoner en gelijkmatiger kon bakken. Om verlies van glans te voorkomen, werd de binnenzijde van de saggars behandeld met een loodrijk glazuurmengsel, zodat de poreuze wand geen bestanddelen meer aan het glazuur kon onttrekken.


Proto-Delfts aardewerk laat deze zoektocht zien. Veel voorwerpen combineren oude en nieuwe technieken. Dit bakje is daarvan een mooi voorbeeld: het is al volledig rondom wit geglazuurd, maar vertoont aan de binnenzijde nog de proenafdrukken van de oude stapelmethode.