Het hoogtepunt van het Siegburgse steengoed (ca. 1550–1600)

Siegburgse trechter(hals)bekers met reliëfmedaillons (ca. 1550–1575)


Rond het midden van de zestiende eeuw brachten de pottenbakkers van Siegburg een bijzonder type trechterbeker op de markt. Deze bekers hebben een bolle buik met drie afzonderlijke reliëfmedaillons ,  een golvende standvoet en een trechtervormige hals. De pottenbakker drukte eerst een dun plakje zachte klei in een matrijs van gebakken klei. Het reliëf dat zo ontstond, werd met vloeibare kleislib op de nog ongebakken beker bevestigd. Daarna werd het geheel in de oven gebakken. Dankzij deze techniek konden dezelfde voorstellingen vele malen worden gebruikt, terwijl elk medaillon toch scherp en rijk gedetailleerd bleef.

De voorstellingen op deze medaillons lopen sterk uiteen. Sommige tonen Bijbelse scènes, andere historische personen, allegorieën of renaissancistische ornamenten. Dankzij deze reliëfs vertelde de alledaagse drinkbekers een verhaal. De decoraties waren geïnspireerd op prenten en houtsneden die in de zestiende eeuw op grote schaal werden verspreid.

De hier afgebeelde fragmenten behoren tot deze bijzondere groep trechterhalsbekers. Vergelijkbare exemplaren bevinden zich onder meer in Nederlandse museumcollecties en worden op grond van archeologisch en kunsthistorisch onderzoek gedateerd tussen 1550 en 1575. 


 De Blijde Boodschap (De Annunciatie) 1550-1575

Hierboven ziet u mijn scherf, naast een reconstructie van een vergelijkbaar Siegburg-medaillon. Deze reconstructie heb ik met behulp van AI gemaakt op basis van een verweerde referentiefoto. Zij dient uitsluitend ter verduidelijking van de voorstelling.

Hoewel op de scherf slechts één van de drie reliëfmedaillons gedeeltelijk bewaard is gebleven, is de voorstelling nog goed herkenbaar. Het is een kleine beker. Het medaillon heeft een diameter van ongeveer vier centimeter, maar bevat een opmerkelijk gedetailleerde religieuze voorstelling.

Links staat een gevleugelde engel, die kan worden geïdentificeerd als de aartsengel Gabriël. Rechts bevindt zich Maria, gezeten of knielend onder een rijk gedrapeerd baldakijn. Tussen beide figuren staat een vaas met drie lelies. Boven hen daalt de Heilige Geest, weergegeven als een duif in een bundel stralen, vanuit de hemel neer.

Deze combinatie van Gabriël, Maria, de lelies en de duif vormt de klassieke voorstelling van de Annunciatie, ook wel de Blijde Boodschap genoemd. Volgens het Evangelie van Lucas kondigt Gabriël aan Maria aan dat zij de moeder van Jezus zal worden. De witte lelies symboliseren daarbij haar zuiverheid, terwijl de duif de Heilige Geest verbeeldt.

Klik op de vergelijkbare beker uit het Rijksmuseum hieronder en ontdek wat er op de drie medaillons te zien is.

Beker (trechterhalsbeker), Rijksmuseum, objectnr. BK-2012-24

Een raadsel in steengoed

                                              Scherf                                        Trechterkan met medaillons met Karel V en de hertogen van Saksen en

                                                                                                   Gulik Kleef-Berg, anoniem, ca. 1550 - ca. 1599, objectnr. BK-KOG-505


Deze beker is een stuk groter dan de vorige. Mijn scherf is ongeveer 11 cm hoog en 10,5 cm breed. De complete beker uit het Rijksmuseum is zelfs nog iets groter.

Van de drie reliëfmedaillons zijn op mijn scherf slechts twee fragmenten bewaard gebleven. Ook delen van de onderschriften zijn nog zichtbaar, maar ze zijn moeilijk te lezen. Juist bij dit soort bekers helpen museumcollecties en oude publicaties vaak om een voorstelling te herkennen. In dit geval leverde dat echter geen overtuigende oplossing op. Met enige fantasie zou de tekst kunnen verwijzen naar Mattheüs 8, maar daarvoor ontbreekt nog hard bewijs.

Misschien kijkt u met andere ogen naar deze scherf dan ik. Herkent u de voorstelling of kunt u de tekst beter lezen? Ik hoor het graag.

Reliëfbekers met renaissancedecoraties (ca. 1550–1600)

Kruik met het wapen van Willem van Oranje, 1574, Rijksmuseum, objectnr. BK-NM-9427

Reliëfbeker met portretmedaillons (Siegburg, ca. 1570–1600)

In de tweede helft van de zestiende eeuw bereikten de Siegburgse pottenbakkers het hoogtepunt van hun vakmanschap. Hun steengoed was niet alleen technisch van uitzonderlijke kwaliteit, maar volgde ook de nieuwste kunststromingen van de renaissance.

De reliëfdecoraties werden met behulp van moedermallen vervaardigd. Afhankelijk van het type vat werden zij rechtstreeks in de nog zachte kleiwand geperst of als afzonderlijke reliëfbanden aangebracht. Hierdoor konden dezelfde verfijnde motieven steeds opnieuw worden gebruikt. Dit maakte een seriematige productie mogelijk zonder dat de scherpte van de decoratie verloren ging. Geometrische vakverdelingen, portretmedaillons, wapens, plantenmotieven en mythologische figuren werden gecombineerd tot rijk versierde composities.

Veel van deze voorstellingen waren ontleend aan prenten en ornamentboeken die zich vanuit Italië over heel Europa verspreidden.

Het ontstaan van zoutglazuur

Een andere belangrijke vernieuwing was het gebruik van zoutglazuur. Tegen het einde van de stook wierpen de pottenbakkers keukenzout in de gloeiend hete oven. De natriumdamp reageerde met het oppervlak van het steengoed en vormde een uiterst dunne, glasachtige laag. Hierdoor werd het aardewerk waterdicht en kreeg het een zachte zijdeglans, terwijl de fijne details van het reliëf scherp zichtbaar bleven.

De scherven op deze pagina laten zien dat het zoutglazuur niet overal even sterk is ontwikkeld. De band met de bustes heeft slechts een lichte zijdeglans, terwijl het fragment met de groteske figuur duidelijk sterker glanst. Zulke verschillen konden ontstaan doordat de hoeveelheid zoutdamp niet overal in de oven gelijk was. Ook de plaats van een voorwerp in de oven speelde daarbij een belangrijke rol.

Deze scherf behoort tot een rijk versierde Siegburgse reliëfbeker uit de tweede helft van de zestiende eeuw. De decoratie bestaat uit een reeks ronde portretmedaillons met borstbeelden in renaissancestijl. Tussen de medaillons zijn kleine siermotieven aangebracht die de verschillende voorstellingen met elkaar verbinden.

Op dit fragment zijn drie portretten te zien. Hoewel de gezichten (van kin tot kruin) slechts ca. 1 centimeter groot zijn, zijn de kapsels, kleding en gelaatstrekken zorgvuldig uitgewerkt. Zulke portretmedaillons zijn geïnspireerd op antieke Romeinse munten en Italiaanse renaissancepenningen, waarop vorsten, geleerden en andere vooraanstaande personen vaak in profiel werden afgebeeld.

Gehoornd gevleugeld wezen in een renaissancedecor (Siegburg, ca. 1570–1600)


Dit fragment is afkomstig van een Siegburgse reliëfbeker uit de tweede helft van de zestiende eeuw. De decoratie bestaat uit een geometrisch ruitpatroon waarin verschillende voorstellingen en ornamenten zijn opgenomen.

Wat zien we?

Aan de linkerzijde van de scherf bevindt zich een opvallend mensachtig wezen. Het lichaam is uitzonderlijk mager. De ribbenkast en de smalle ledematen zijn duidelijk zichtbaar. Op het hoofd zijn twee kleine hoorntjes aangebracht en achter de rug is een grote gevederde vleugel te zien. De hals is dun en lang. De bovenarm vertoont een kleine beschadiging of bakfout.

Opvallend is de houding van de figuur. De linkerarm rust op de bovenzijde van een ruitvormig vak, terwijl de rechterarm de onderzijde ondersteunt. Daardoor lijkt het alsof het wezen het ruitvormige decor draagt of ondersteunt. Het vormt zo één geheel met de geometrische versiering van de beker.

Wie zien we?

De combinatie van hoorntjes, een gevederde vleugel en het sterk vermagerde lichaam doet denken aan een grotesk fantasiewezen, zoals dat in de renaissance regelmatig voorkomt in prenten en ornamenten. Zulke figuren konden verwijzen naar mythologische saters, demonische wezens of andere hybride schepsels waarin werkelijkheid en fantasie met elkaar werden vermengd.

Vergelijking met de reliëfband uit het Rijksmuseum

Als we inzoomen (zie foto)  op de complete Siegburgse kruik uit 1574 in het Rijksmuseum, zien we een vergelijkbare (diagonale) reliëfband met portretmedaillons, bladornamenten, menselijke figuren en grotesken. Ook op deze kruik zijn werkelijkheid en fantasie bewust met elkaar gecombineerd. Dat is een kenmerk van de renaissance, waarin klassieke motieven, menselijke figuren en fantasiewezens vaak samen in één decoratie voorkomen.


Grotesken in de Italiaanse renaissance

Tijdens de renaissance raakten kunstenaars gefascineerd door de schilderingen die aan het einde van de vijftiende eeuw werden ontdekt in de ondergrondse zalen van Nero's Domus Aurea in Rome. De wanden waren versierd met sierlijke fantasiecomposities van ranken, maskers, dieren, mensen en hybride wezens. Omdat deze vertrekken destijds op grotten leken, kregen deze versieringen de naam grotesken (grottesche). Vanuit Italië verspreidden zij zich via prenten en ornamentboeken over heel Europa.

De grotesken hadden meestal geen vaste betekenis. Ze waren vooral bedoeld om de fantasie te prikkelen en de virtuositeit van de kunstenaar te tonen. Mensen, dieren en planten gingen moeiteloos in elkaar over en vormden een speels geheel waarin werkelijkheid en verbeelding met elkaar werden vermengd.

Enkele jaren geleden maakte ik een proefschilderijtje, gebaseerd op Italiaanse renaissancegrotesken. De afzonderlijke motieven zijn ontleend aan historische voorbeelden, maar de compositie liet ik zelf, al schilderdend ontstaan. Het kan zeker mooier, maar het was leuk om, net als de renaissancekunstenaars, fantasiewezens met elkaar te combineren en te verbinden. Wanneer we op deze website de Italiaanse faience bespreken, zullen we deze bijzondere beeldtaal opnieuw tegenkomen.



Halsversiering met leeuwenkoppen en Franse lelies

Dit fragment is afkomstig van de hals van een Siegburgse kruik uit het einde van de zestiende eeuw. De hals was opgebouwd uit een afwisseling van verticale decoratievelden en afzonderlijk aangebrachte reliëfapplicaties.

Op de scherf zijn nog een geribd paneel, een Franse lelie (fleur-de-lis) en een deel van een plastische leeuwenkop bewaard gebleven. Vergelijkbare halsversieringen zijn te zien op kruiken uit de collecties van Museum Boijmans Van Beuningen en het Rijksmuseum. De Boijmans-kruik laat een verwante indeling van de decoratieband zien, terwijl de leeuwenkoppen op de Rijksmuseum-kruik sterk overeenkomen met die op dit fragment (kruik, Boijmans, 1600, InventarisnummerF 8481 (KN&V)).

Bij alle drie de objecten is goed zichtbaar dat de leeuwenkoppen niet in de hals zijn gevormd, maar als afzonderlijke reliëfapplicaties op de decoratieband zijn aangebracht.

De Franse lelie was in de renaissance een geliefd ornament. Oorspronkelijk was zij het heraldische symbool van de Franse koningen en stond zij onder meer voor koninklijke waardigheid en gezag. In het renaissance-ornament werd de fleur-de-lis echter ook veel als decoratief motief toegepast, los van een directe verwijzing naar Frankrijk.

Kruik met kerfsnedeversiering, ca. 1580 - ca. 1600,

Rijksmuseum objectnr. BK-NM-10015

Dubbelkoppige adelaar: keizerlijk symbool op Siegburgs steengoed (ca. 1570–1600)

Deze scherf is afkomstig van een grote Siegburgse steengoedkruik of kan uit de tweede helft van de zestiende eeuw. Het behoort tot de bloeiperiode van de Siegburgse pottenbakkerijen, waarin reliëfdecoraties steeds rijker en verfijnder werden uitgevoerd.

De dubbelkoppige adelaar

Centraal op de scherf is een dubbelkoppige adelaar in hoog reliëf afgebeeld. De twee kleine koppen, de brede vleugels, de geschubde borst, de poten en de waaiervormige staartveren zijn goed herkenbaar. Tussen de koppen is nog een deel van een kroon zichtbaar. Aan de linkerzijde is daarvan een klein stukje afgebroken.

De dubbelkoppige adelaar was vanaf de late middeleeuwen het officiële symbool van het Heilige Roomse Rijk. Hij verwees naar het gezag van de keizer en naar de gedachte dat het rijk de erfgenaam was van het oude Romeinse Keizerrijk. De twee koppen worden vaak uitgelegd als een verwijzing naar Oost en West en symboliseren de universele macht van de keizer.

Een geliefd heraldisch motief

In de tweede helft van de zestiende eeuw werden heraldische voorstellingen veel toegepast op luxe Siegburgs steengoed. Wapens, keizerlijke adelaars en andere herkenbare symbolen gaven een kruik of kan een representatieve uitstraling. Zij sloten aan bij de belangstelling van de welgestelde burgerij en de adel voor heraldiek en vorstelijke symboliek.

Zoutglazuur

Op deze scherf is de dunne zoutglazuurlaag duidelijk zichtbaar. Niet alle laat-zestiende-eeuwse Siegburgse voorwerpen vertonen dezelfde glans. Sommige objecten hebben een vrijwel mat oppervlak, terwijl andere een duidelijk ontwikkelde zijdeglans bezitten. Deze verschillen kunnen samenhangen met de plaats van het voorwerp in de oven en de hoeveelheid zoutdamp die het tijdens het bakken bereikte.

Schnelle met opgelegd reliëfpaneel (Siegburg, ca. 1550–1600)

Rond het midden van de zestiende eeuw ontwikkelden de pottenbakkers van Keulen een nieuw type drinkvat: de Schnelle. Het woord Schnelle betekent letterlijk "hoge beker". Het was geen schenkkruik, maar een grote drinkbeker of bierpul met een oor. Al rond 1550 namen de pottenbakkers van Siegburg deze nieuwe vorm over en maakten er één van hun bekendste producten van.

De Schnelle is gemakkelijk te herkennen aan zijn hoge, licht taps toelopende vorm. De meeste exemplaren zijn ongeveer 25 tot 35 centimeter hoog, al komen zowel kleinere als grotere uitvoeringen voor. Mijn scherf is afkomstig van een relatief laag exemplaar.

Waarom zo hoog?

Op het eerste gezicht lijkt de vorm niet erg praktisch. Toch had de Schnelle verschillende voordelen. Dankzij het  grote oor kon de beker stevig worden vastgehouden en bleef de inhoud langer koel dan in een brede drinkkom. Bovendien bood de hoge wand veel ruimte voor decoratie. Juist daardoor konden de pottenbakkers uitgebreide reliëfvoorstellingen aanbrengen die op eerdere bekers niet mogelijk waren.

Veel Schnellen werden voorzien van een tinnen deksel met een duimklep. Zo bleef de inhoud langer schoon en koel en kon de beker gemakkelijk worden afgesloten wanneer hij niet werd gebruikt. Zulke deksels werden meestal door gespecialiseerde tingieters gemaakt en pas na het bakken op de beker gemonteerd.

Een nieuwe manier van decoreren

Eerst draaide de pottenbakker een hoge, gladde beker. Vervolgens bracht hij drie afzonderlijke reliëfpanelen aan, die eerder met behulp van matrijzen waren gevormd. Hierdoor konden dezelfde rijk versierde voorstellingen steeds opnieuw worden gebruikt. Dat maakte een seriematige productie mogelijk, terwijl de decoraties scherp en gedetailleerd bleven. Ook het materiaal zelf bereikte een hoog niveau. Door het gebruik van een zeer zuivere, ijzerarme klei werd het steengoed steeds lichter van kleur. Waar het vroege Siegburgse steengoed nog grijs was, kreeg het aan het einde van de zestiende eeuw een bijna crèmewitte tot ivoorkleurige uitstraling

De heraldische compositie

Op dit fragment zien we één van deze reliëfpanelen. Centraal bevindt zich een groot wapenschild dat is verdeeld in meerdere heraldische velden. Hoewel slechts een deel van het schild bewaard is gebleven, zijn verschillende onderdelen nog duidelijk herkenbaar.

In het onderste deel zijn twee rechtop geplaatste, geschubde vissen afgebeeld. Daarnaast is een strak ruitpatroon zichtbaar.Het schild wordt omlijst door rijk uitgewerkt rolwerk, bladornamenten en andere renaissance-ornamenten. In de tweede helft van de zestiende eeuw werden zulke decoraties steeds rijker en fantasievoller. Kunsthistorici noemen deze uitbundige stijl het maniërisme, de laatste fase van de renaissance.

Vergelijking met een compleet exemplaar

Een Schnelle met een vrijwel identiek paneel is afgebeeld op pag. 7 inA Short Guide to Rhenish Stoneware van Christoph Keller. Klik op de titel om het artikel als PDF bestand te bekijken. Waar mijn scherf (voor zover ik dit kan beoordelen) drie identieke panelen laat zien, is de complete Schnelle goed te zien dat het middenpaneel één of meerdere staande personen laat zien.

Hoogtepunt Siegbugs steengoed

Kort na het hoogtepunt verloren de Siegburgse pottenbakkers geleidelijk hun leidende positie. Nieuwe productiecentra, zoals Raeren, Frechen en Westerwald, bouwden voort op de verworven kennis en gaven het Rijnlandse steengoed een eigen karakter. Daarmee begon een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van het steengoed.



Literatuur (selectie)

De teksten over het Siegburgse steengoed zijn gebaseerd op vergelijking met museumcollecties en de volgende standaardwerken:

  • Gaimster, D.R.M. German Stoneware 1200–1900. London: British Museum Press, 1997.
  • Hurst, J.G., Neal, D.S. & Van Beuningen, H.J.E. Pottery Produced and Traded in North-West Europe 1350–1650. Rotterdam Papers VI. Rotterdam: Museum Boymans-van Beuningen, 1986.
  • Hähnel, E. (red.). Siegburger Steinzeug. Siegburg: Stadtmuseum Siegburg, 1987/1992.
  • Roehmer, M. Formenkosmos Siegburger Steinzeug. Düsseldorf: Hetjens-Museum / Deutsches Keramikmuseum, 2014.