Mouwbanden
Fragment 4
De dame in de tuin

De dame
De kleding, haardracht en haarornamenten wijzen sterk op een vrouwelijke figuur.
Het gezicht
Het gezicht is maar één centimeter hoog is. Door de witte zijdesteek krijgt het een porseleinachtige gloed. Ogen, wenkbrauwen, neus en mond zijn met een dunne draad aangebracht.
De kleding
De vrouw draagt een gewaad met brede mouwen met daaronder een geplooide rok. De kleding is rijk versierd. Zo zien we stervormige motieven met een roze knoopje in het midden en witte geborduurde 'ringetjes' die lijken op parels of sierknoppen. De symboliek van de versieringen op de kleding kon ik niet achterhalen.
Haardracht:
Het glanzend zwarte haar is strak naar achteren gekamd en aan weerszijden versierd met haarornamenten. Op één van de gezichtjes is op de grens tussen hoofd en haar een kleine versiering te zien. Op het voorhoofd zien we nog wat losse haren.
Achter het hoofd steekt een haarspeld uit, afgewerkt met een klein kwastje. Dergelijke spelden werden gedragen door welgestelde vrouwen. Mogelijk is het een buyao, een decoratieve haarspeld met beweeglijke hangende versieringen. De naam buyao betekent letterlijk 'beweegt bij elke stap', omdat de ornamenten sierlijk meewiegden wanneer de draagster liep.
De haardracht ondersteunt dat het hier om een vrouw gaat. Mannen in het Qing-rijk waren destijds namelijk wettelijk verplicht het voorhoofd kaal te scheren en het overige haar in een lange vlecht (queue) te dragen..
De vliegenwaaier
De vrouw houdt een kleine vliegenwaaier vast. De borduurster heeft de bundel haren met drie fijne witte steken weergegeven. Ondanks deze sterke stilering is het attribuut goed herkenbaar. Vliegenwaaiers werden vaak vervaardigd van paardenhaar of witte jakstaart. In de Chinese kunst wordt de waaier vaak geassocieerd met elegantie en verfijning.
De libel
Naast de vrouw vliegt een libel. In de Chinese kunst staat de libel onder meer symbool voor de zomer en een onbezorgd leven. Het is onwaarschijnlijk dat de vrouw de libel probeert weg te jagen met haar vliegenwaaier. In de Chinese kunst zijn insecten meestal onderdeel van een harmonieuze tuinscène. Ze horen bij de bloemen, vogels en rotsen en worden zelden afgebeeld als iets dat verjaagd moet worden.
Omdat ik van dit fragment ook een los stukje heb van het andere mouwstuk, laat ik daar ook foto's van zien.
Uitgelichte borduurtechniek
De kettingsteek
In dit fragment is de gewone kettingsteek, zoals ik die ook zelf gebruik voor mijn viltelementen, goed te herkennen. Deze steek is onder meer toegepast aan de binnenzijde van de geleerdensteen en in de mantel en de rok. Anders dan de eerder besproken, op de stof liggende gecouchte kettingsteek, wordt de gewone kettingsteek rechtstreeks door de stof gewerkt. De aaneengesloten lusjes vormen een sterke, regelmatige lijn die zich goed leent voor gebogen vormen.
Overige borduurtechnieken
Het gewaad, de bladeren en verschillende andere onderdelen zijn uitgevoerd in satijnsteek. De contouren van de geleerdensteen zijn opnieuw afgewerkt met gecoucht gewikkeld metaaldraad, een techniek die in de voorgaande fragmenten al is besproken
De pekingknoop met grotere lus.
De witte ringvormige versieringen lijken te zijn uitgevoerd met een losser gelegde knoopsteek, mogelijk een grotere variant van de Pekingknoop. Door de opening in het midden blijft de donkere ondergrond zichtbaar, waardoor de versieringen de indruk wekken van parels of metalen knoppen.