
Middeleeuwse incrustatietegels (inlegtechniek), ca. 1300–1350
(ongeveer: L 5,5 cm, B 5,5 cm, H 1,8 cm)
Deze tegels zijn vervaardigd met de incrustatietechniek, waarbij een patroon in de nog vochtige klei werd aangebracht en opgevuld met een lichtere kleislib. Na het bakken ontstond een scherp contrast tussen de roodbakkende ondergrond en de lichte inleg. Een transparant loodglazuur gaf de tegel een zachte glans en maakte het oppervlak beter bestand tegen slijtage.
De eerste tegel is afkomstig van het Koorkerkhof bij de Abdij in Middelburg en werd aangetroffen in een afvalpakket uit de 13e–14e eeuw. De andere tegels komen vermoedelijk uit dezelfde omgeving. De fragmenten zijn verworven via het Zeeuws Veilinghuis.
Vergelijkbare tegels zijn bekend uit opgravingen in onder andere Utrecht, waar complete vloeren uit de eerste helft van de 14e eeuw zijn teruggevonden. Sommige van deze plavuizen werden vóór het bakken ingekerfd, zodat ze na het bakken eenvoudig in vier stukken konden worden gebroken en als kleinere vloertegels konden worden verwerkt. Dat dit niet altijd goed ging is te zien op de eerst tegel. Die is niet netjes afgebroken op de kerflijn. Er zit nog een stukje van een andere tegel aan vast.
De opkomst van dit type tegel hangt samen met de introductie van baksteenbouw in de 13e eeuw. In stenen huizen met haarden en schoorstenen ontstond behoefte aan duurzame en representatieve vloeren. Door de arbeidsintensieve techniek en het gebruik van duurzame materialen waren dergelijke vloeren kostbaar en vooral voorbehouden aan kloosters, kerken en welgestelde huizen.
Tegel 1 – Ster / stralend motief: Symbool van licht, orde en het goddelijke.
Tegel 2 – Rozet / bloemmotief: Symbool van groei, leven en herhaling. Veel gebruikt als ritmisch vullend ornament in vloeren.
Tegel 3 – Franse lelie (fleur-de-lys): Symbool van koninklijke macht en zuiverheid. In kerkelijke context ook verbonden met Maria.
Tegel 4 – Hexafoil (zeslobbig motief): Symbool van harmonie en kosmische orde. Soms geassocieerd met de zes dagen van de schepping.